Sinds september is Marina Donkers de nieuwe plaatselijk directeur van de KOB in de regio ’s-Hertogenbosch-Oss. Ze combineert deze rol met haar werk bij Bouwmensen. Met haar achtergrond in het onderwijs en haar passie voor de bouw brengt zij twee werelden samen.
“Mijn man en ik wonen in Mariaheide, in een oud schoolgebouw”, vertelt ze. “Het rijksmonument hebben we zelf verbouwd tot vergaderlocatie: De Meesters.” Die verbouwing was geen toeval. “Ik was vroeger al gefascineerd door gebouwen. Ik tekende ze als kind en wilde eigenlijk architect worden.”
Scheikunde trok haar ook, en zo begon haar loopbaan in het onderwijs. Als scheikundedocent en later teamleider in het groenonderwijs deed zij ruime ervaring op in het begeleiden van leerlingen. “De stap naar de bouw bleef trekken, maar was niet vanzelfsprekend. Tot ik bij Bouwmensen terechtkwam. Daar vond ik de ideale combinatie, opleiden voor de bouwsector.”
Na zes jaar als bedrijfsleider richt zij zich nu als programmamanager op nieuwe trajecten. “Ik werk aan zij-instroom, trajecten voor jongeren uit het praktijk- en speciaal onderwijs, en nieuwe opleidingen zoals Praktisch Bouwmanagement. Dat is ontzettend belangrijk voor de toekomst van de sector.”

Marina Donkers, plaatselijk directeur van de KOB in de regio ’s-Hertogenbosch-Oss
De rol als plaatselijk directeur van de KOB sluit daar naadloos op aan. “Ik heb nu zicht op het hele opleidingspalet, van vmbo tot en met hoger opgeleiden.” In haar functie houdt ze zich bezig met intakegesprekken, contact met bedrijven, begeleiding van docenten en examens. “Ik zorg ervoor dat alles volgens planning en de juiste procedures verloopt, samen met collega’s van het landelijk bureau.”
De combinatie van functies ziet ze als een kracht. “Er is echt sprake van een wisselwerking. Via Bouwmensen kom ik in contact met bouwbedrijven, nieuwe doelgroepen, zoals zij-instromers, die mogelijk later doorstromen naar de KOB. Andersom kan ik vanuit de KOB goed adviseren wat de sector nodig heeft.”
Wat haar aanspreekt in de bouw? “Het is een wereld die ertoe doet. Iedereen heeft te maken met gebouwen en woningen. Daarnaast is het een sector die volop in ontwikkeling is, met thema’s als duurzaamheid en energietransitie. En de mensen die er werken zijn vaak praktisch, ondernemend en gericht op resultaat.”
Als leidinggevende hecht Marina veel waarde aan duidelijkheid en vertrouwen. “Ik geloof dat een goed voorbeeld goed doet volgen. Ik ben transparant en geef mijn team ruimte. Tegelijk blijf ik scherp op verwachtingen en kwaliteiten.”
De komende tijd wil zij haar rol verder vormgeven. “Er valt nog veel te ontdekken. Wat ik nu al mooi vind, is het contact met docenten uit het bedrijfsleven. Zij staan echt met hun voeten in de klei. Ook de gesprekken met kandidaten geven veel inzicht in wat er leeft.”
Daarbij zoekt ze actief de samenwerking op. “Ik trek samen op met Fons Houben, de nieuwe adviseur buitendienst bij BOB-KOB. We willen verkennen waar het bedrijfsleven op dit moment behoefte aan heeft en of ons aanbod daar goed op aansluit.” Ook kijkt ze naar nieuwe manieren om bedrijven te informeren. “Door daarin samen te werken, kunnen we beter inspelen op wat er speelt in de regio.”
De bouwsector staat volgens Marina voor twee grote uitdagingen. “Aan de ene kant: hoe vinden we voldoende en goed opgeleid personeel? En welke doelgroepen kunnen we nog beter bereiken, zoals zij-instromers, jongeren met een ondersteuningsbehoefte of statushouders? Dat komt op gang, maar moet nog verder landen op de werkvloer. Niet alleen directies, maar juist ook leermeesters moeten daarin mee.”
Aan de andere kant is er de enorme bouwopgave. “Het moet snel, maar ook kwalitatief goed en duurzaam. Die combinatie is best spannend. Je wilt niet dat we over dertig jaar terugkijken en denken: we hebben snel gebouwd, maar niet goed.”
De grootste uitdaging zit in die combinatie. “Hebben we straks voldoende mensen die passen bij de functies? En kunnen we nieuwe doelgroepen goed begeleiden in de praktijk? Dat is cruciaal om uitval te voorkomen. Daar ligt ook een belangrijke rol voor de KOB en BOB.”
Tot slot noemt ze nog een ontwikkeling die haar persoonlijk opvalt: “Volgens mij ben ik de eerste vrouwelijke plaatselijk directeur binnen de KOB. Ik zie ook in de sector steeds meer vrouwen instromen. Een goede mix draagt bij aan een sterke bedrijfscultuur. Dat is een mooie stap.”